Naar inhoud

De Schelde als grensrivier

Bij de komst van de Romeinen (vanaf 57 v. Chr.) bewoonden Keltische stammen onze streken. De Schelde vormde de grens tussen de stamgebieden van de Menapii (op de linkeroever) en de Nervii. De Romeinen namen voor de administratieve indeling van onze gewesten deze grens over. De civitates (= gewesten) Menapiorum (hoofdplaats het Frans-Vlaamse Kassel) en Nerviorum (hoofdplaats het Noord-Franse Bavay) lagen in de provincie Gallia Belgica. Doornik en Kamerijk verdrongen bij een administratieve reorganisatie, Kassel en Bavay als hoofdplaats en de namen van de gewesten werden daaraan aangepast: in de provincie Belgica Secunda lagen nu de civitates Turnacensium, op de linkeroever van de Schelde, en Camaracensium.

De Kerk nam in de vroege middeleeuwen (6de eeuw) voor de omschrijving van de bisdommen op haar beurt de Romeinse administratieve indeling over. Er kwam dus een bisschop in Doornik en een in Kamerijk, beide bisdommen ressorteerden onder het aartsbisdom Reims.

In 843 is de Schelde weer grensrivier. Met het verdrag van Verdun werd het Karolingische rijk verdeeld in West-Francië, waaruit later Frankrijk groeide, Oost-Francië, de voorloper van het Duitse rijk, en een middenrijk, Lotharingen, dat zich daartussen uitstrekte van het huidige Nederland tot Italië. De Schelde vormde een deel van de grens tussen West-Francië (op de linkeroever) en het middenrijk en nadat dit rijk uiteenviel, het Duitse keizerrijk (880). Concreet werd de Schelde in onze streken de grens tussen het latere graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant. Wetteren kwam dus gedeeltelijk te liggen in Vlaanderen en het bisdom Doornik (Wetteren ten noorden van de Schelde) én gedeeltelijk in Brabant en het bisdom Kamerijk (Wetteren ten zuiden van de Schelde).