Naar inhoud

Vorming Wetters landschap

Zeker vanaf de voorlaatste ijstijd stroomde de Schelde niet langs Wetteren naar Antwerpen. Ze stroomde - net als de Leie en de Dender - via een brede vallei in noordwestelijke richting naar zee.
Haar huidige loop vanaf Gent, was ongeveer de zuidelijke grens van deze Vlaamse vallei die tijdens de voorlaatste en laatste ijstijd (12000 v. Chr.) werd uitgeschuurd. Ze lag 20 tot 25 m onder het huidige zeeniveau en was tot 50 km. breed.

In de tweede helft van de laatste ijstijd is de Vlaamse vallei definitief opgevuld geraakt met zand dat door enorme stofstormen werd aangevoerd vanuit de toen bijna geheel droogliggende Noordzee. Tussen Maldegem en Stekene raakte de Vlaamse vallei afgedamd door een door de wind opgewaaide zandrug (3 tot 4 meter hoog, 2 tot 3 km. breed).
De streek ten noorden van de Schelde wordt nu zandig Vlaanderen genoemd. Wetteren ten noorden van de Schelde - met de bewoningskernen Ten Ede en Overschelde - ligt in dit gebied.

 Duinenlandschap in Wetteren. Foto Paul Van Gysegem

De lichtere leemkorrels zetten zich zuidelijker af. Wetteren ten zuiden van de Schelde ligt in een overgangsgebied, de zandleemstreek. Het zuiden van de deelgemeente Westrem ligt al in de leemstreek.

Langs de oevers van de Schelde ligt een strook alluviaal land.


Tijdens de drogere, koudere periodes van het Holoceen, dat zo'n 10.000 geleden begon, verstoven de zandafzettingen en vormden rivierduinen, zo in Wetteren (de Zandbergen), maar ook in bijvoorbeeld Sint-Martens-Latem, Heusden en Berlare.