Naar inhoud

Gallo-Romeinen en Franken

Misschien lag bij de komst van de Romeinen (en later de Franken), op de wijk Kwatrecht een voorhistorisch dorp van de Atrebaten, een Keltische stam. De naam Kwatrecht gaat immers terug op Kwaad Atrecht : kwaad in de betekenis van klein, terwijl Atrecht een afleiding is van Atrebates.

Bij het archeologisch onderzoek dat voorafging aan de start van de verkavelingswerken tussen de Zuidlaan en de Diepenbroekstraat, zijn sporen gevonden van greppels en kuilen uit de Romeinse periode.

Op Overschelde kan een Gallo-Romeinse nederzetting geweest zijn. De plaatsnaam Kaster gaat mogelijk terug op het Latijnse Castrum, een Romeins kamp. In de vlakbij vloeiende Schelde is eind vorige eeuw een Romeins huisaltaar gevonden, dat nu berust in het Stedelijk museum van Dendermonde.

Archeologische opgravingen zouden beide veronderstellingen - de Keltische nederzetting op Kwatrecht en de Gallo-Romeinse bewoning op Overschelde - moeten kunnen bevestigen.

De Romeinen dienden de Rijngrens voortdurend te verdedigen tegen binnenvallende Germaanse stammen. Vanaf 300 na Chr. vestigden de Salische Franken zich massaal in onze streken. Rond 410 verlieten de Romeinen definitief onze streken. In 486 werd in Soissons het laatste Romeinse leger in Gallië verslagen door de Franken o.l.v. Chlodowech (Clovis).

De Franken vestigden zich bij voorkeur op goed gedraineerde en makkelijk te bewerken gronden. Nu nog gekende plaatsnamen die eindigen op -gem (= huis van) kunnen wijzen op Germaanse nederzettingen die teruggaan tot de 6de eeuw (sommige zijn allicht een voortzetting van reeds bestaande ontginningen). Op het grondgebied van Wetteren vinden we behalve Westrem (= het westelijke huis), ook nog de plaatsnamen Bavegem (= woning van de lieden van Bavo), Fantegem (= woning van de clan van Fanto) en Moeregem (= woning van de lieden van Mauro). De naam Wetteren (scherpe zandige heuvelrug) is eveneens van Germaanse oorsprong. In Massemen is een Merovingisch graf opgegraven.