Naar inhoud

De crisis van 1845 bestreden


De gezondheid verbeteren

In Wetteren en in Massemen-Westrem worden comités opgericht die maatregelen moeten voorstellen om de openbare gezondheid te verbeteren. Ook van hogerhand worden maatregelen aanbevolen :

  • woningen worden verlucht, gereinigd, gedesinfecteerd met calciumchloride en gewit met kalk (Massemen-Westrem)
  • aan de huizen waar een besmettelijke ziekte heerst, wordt een bordje 'Besmet huis' gehangen en drie keer per dag worden er berokingen gedaan met bruinstreen en zout om de lucht te zuiveren
  • ongezonde woningen mogen niet meer bewoond worden (Wetteren)
  • openbare wegen worden bestraat, straatgoten, riolen en beken worden gekuist
  • modder wordt verwijderd rond vijvers en waterputten
  • er worden waterleidingen, openbare pompen en wasplaatsen aangelegd
  • veestallen dienen regelmatig gereinigd te worden
  • vaccinatie tegen de pokken
  • verbod van verkoop van zogenaamde voorbehoedsmiddelen tegen besmettelijke ziekten
  • kosteloze uitdeling van geneesmiddelen, beddengoed, kleding...
  • oprichting van een dienst belast met het toezicht op eetwaren
  • oprichting van een lokale onderstandscommisie voor de zieke inwoners en wekelijks gratis raadpleging bij een comité van geneesheren in Dendermonde (hoofdplaats van het arrondissement)

Sterven in crisistijd meer mensen, er worden ook minder kinderen geboren. Immers jonge mensen stellen hun huwelijk uit. In Wetteren zijn er 6,4 huwelijken per 1000 inwoners in de periode 1835-44 en slechts 3,7 in 1847. Bovendien maakt de ondervoeding veel vrouwen steriel, daalt de seksuele drang en worden meer abortussen gepleegd. Het uitstel van huwelijken leidt echter ook tot een stijging van het aantal onwettige geboorten (in Wetteren 7,4% in 1848).

In Wetteren worden in 1848 slechts 23,5 kinderen op 1000 inwoners geboren, Massemen-Westrem zelfs maar 19,6. En dit terwijl er in de periode 1835-1844 respectievelijk 29,2 en 28% geboren werden.

Minder huwelijken en geboortes, een stijgende sterfte en emigratie naar grotere steden, doen de bevolking in de crisisjaren afnemen.

Werk bezorgen aan de armen

De burgemeesters van het kanton Wetteren bundelen hun krachten om de stijgende levensduurte te bestrijden. Ze blazen de broodzetting opnieuw leven in. Ze willen de behoeftigen aan het werk zetten bij de verbetering van de gemeentewegen, het onderhoud van dijken en gebouwen. In de winter van 1846-1847 worden behoeftigen ingezet voor het onderhoud van de brug over de Schelde. Het gemeentebestuur van Massemen-Westrem is aanvankelijk niet enthousiast, maar vraagt in 1847 toch een subsidie aan voor de aankoop van kasseien. Wetteren maakt een plan op om vijf gemeentewegen te laten ophogen en verbeteren door behoeftige en werkloze inwoners : de weg naar Ten Ede, Oordegem, Smetlede, Massemen-Westrem en Heusden.


Nijverheidscomités


De Nijverheidscomités hebben een drievoudig doel : de bedelarij uitroeien (geen aalmoezen geven, maar werk), de producten van de oude vlasnijverheid verbeteren (door verbeteringen aan getouwen) en nieuwe nijverheidstakken introduceren. Geld krijgen ze van de staat, de gemeente en het Bureel van Weldadigheid. Ze kunnen inschrijvingen organiseren onder de inwoners van de gemeente en geld lenen zonder intrest.

Het Nijverheidscomité van Wetteren wordt opgericht op 27 juli 1844. Het is de voortzetting van een commissie die al op 29 oktober 1835 is opgericht om bedelarij en armoede te bestrijden. Het geeft werk aan arme huisgezinnen en krijgt hiervoor subsidies van de staat, de provincie en het gemeente- en armbestuur. Het garen dat ze maken wordt afgezet in de gevangenis van Gent (1846) en Vilvoorde (1847). In 1846 geeft het werk aan 435 van de 508 arme huisgezinnen. Het Nijverheidscomité van Wetteren stuurt spinsters en wevers naar het modelatelier van de provincie in Gent. Daar leren ze verbeterde arbeidsmethodes en nieuwe werktuigen gebruiken. Bij gebrek aan werk in Wetteren zelf, kunnen ze daar geen profijt van trekken. Het Nijverheidsomité staakt zijn activiteiten op 11 december 1851.

In Massemen-Westrem komt er een eerste Nijverheidscomité op 22 februari 1845, als opvolger van een commissie die in 1835 is opgericht om de behoeftige inwoners werk te bezorgen. Op 16 januari 1847 wordt voor Westrem ook een Nijverheidscomité opgericht. Het gemeentebestuur acht de comités van veel nut, vooral voor de bestrijding van de bedelarij.

In Wetteren en Massemen-Westrem wordt in 1845 een werkschool geopend waar jonge meisjes nieuwe nijverheden kunnen aanleren : kantwerken, borduren, breien en naaien. Twee jaar later zijn er in Wetteren 5 zulke scholen.

In 1848 komt er op aandringen van de provincie een leeratelier waar een honderdtal jongens tafellakens, katoen, wol, tafeltapijten en katoenfluweel leren maken en een jaar later komt er een tweede leeratelier waar een vijftigtal meisjes damast, neteldoek, katoenfluweel en Engels borduursel leren maken.


De gemeente zoekt geld

De lokale besturen moeten steeds meer uitgeven om het stijgend aantal behoeftigen te helpen. De prijzen van de levensmiddelen stijgen. De cholera- en tyfusepidemie en de stijgende werkloosheid, bedelarij en criminaliteit nopen tot geld kostende maatregelen.

Ze gaan daarom op zoek naar nieuwe inkomsten. Ze sporen de inwoners aan om geld en levensmiddelen te schenken aan het Bureel van Weldadigheid. Massemen-Westrem en Wetteren richten een Onderstandscomité op voor het inzamelen van giften. In Wetteren wordt met de schaal rondgegaan in de kerk.

De belastingen worden verhoogd in Wetteren en Massemen-Westrem en in Wetteren komt er ook nog eens een buitengewone belasting ten voordele van de armen.

Omdat steeds meer mensen de belastingen niet meer kunnen betalen, wil Wetteren een consumptierecht innen op dranken, eetwaren en bouwmaterialen, maar krijgt hiervoor geen toestemming. Wel mag Wetteren voor één jaar op proef een belasting innen op jenever, bier en likeur.

Daarna ziet het gemeentebestuur zich genoopt om de reserves op zijn bankrekening aan te spreken en zelfs om een lening zonder interest aan te gaan.

Verder vraagt het gemeentebestuur subsidies aan de provincie en aan het ministerie van binnenlandse zaken en van justitie. De subsidies worden onmiddellijk doorgestort aan het Bureel van Weldadigheid. Het Liefdadigheidscomité van Gent geeft geld aan Wetteren en het Provinciaal Comité van Antwerpen helpt Massemen-Westrem.

Ten slotte organiseert Wetteren enkele benifiets: op 1 juli 1847 een tentoonstelling van hand- en kunstwerken en op 6 september een concert.


Boeken in de bibliotheek

  • Dieptestudie naar de gevolgen van de economische en sociale crisis in de jaren 1840 in het kanton Wetteren / Ann Melkebeeck
  • Wetteren 1780-1900 : kroniek van een gemeente / René Uyttendaele