Naar inhoud

De bunkers van Kwatrecht: getuigen uit WO II

Al tijdens de Eerste Wereldoorlog bouwden de militairen bunkers die voldoende bescherming boden tegen lichte wapens (geweer- en machinegeweervuur) en zelfs tegen zwaardere kalibers. Ze werden opgetrokken in gewapend beton, een techniek waarvan de eerste toepassingen dateren van het einde van de 19de eeuw. Tussen de twee wereldoorlogen stelden ingenieurs deze techniek verder op punt en pasten ze toe in tal van industriële en overheidsgebouwen. Ook militaire ingenieurs experimenteerden ermee.

Bruggenhoofd Gent 

Vanaf 1933 – de oorlogsdreiging steeg in Europa - begon het Belgisch leger aan de uitbouw van militaire verdedigingslinies. Eén ervan was het Bruggenhoofd Gent, officieel TPG genoemd of Tête de Pont de Gand. Het Bruggenhoofd strekte zich over een lengte van 24 kilometer uit van de rechteroever van de Schelde in Kwatrecht (Wetteren) tot aan de rechteroever van de Leie in Astene (nu deelgemeente van Deinze) en bestond uit meer dan 200 bunkers.


Gecamoufleerde bunkers

Burgerfirma’s werkten de constructies in hun geheel af, onder het waakzame oog van militaire ingenieurs. De betonnen constructies zelf stonden er op drie à vier maanden.

Daarna werden de meeste helemaal omgeven door een bakstenen constructie om ze het uitzicht te geven van een gewoon huis: een werkmanshuisje, een kleine boerderij, het materiaalhuisje van een landbouwer, … De gecamoufleerde bunkers kregen zelfs een voortuintje en ook de schietgaten waren kunstig achter vensters weggestoken. Het volledig ommuren met baksteen is één van de manieren van camoufleren maar zeker niet de enige.

 Bunker op Kwatrecht

De meeste nu nog bestaande bunkers zien eruit als een grijsgrauwe betonnen vierkante massa. Dit komt omdat de omwonenden na de capitulatie (28 mei 1940) niet aarzelden om bruikbaar materiaal van de bunkers af te breken om er hun eigen huizen, die tijdens de gevechten beschadigd werden, mee te herstellen.

De Duitse troepen demonteerden tijdens de bezetting alle volumineuze metalen voorwerpen en vervoerden ze naar Duitsland, waar ze werden omgesmolten voor oorlogsdoeleinden. De bunkers van het Bruggenhoofd zijn daarna niet meer gebruikt voor militaire doeleinden.

De constructie 

De muren van de bunkers waren overal ongeveer 1,2 m dik, zodat de bemanning beschut was tegen beschietingen door zware wapens. Via kokers in de buitenmuur konden handgranaten naar buiten gerold worden, die bij ontploffing dodelijk waren in een straal van 20 meter.
Op sommige bunkers stond een stalen draaiende waarnemingskoepel, waarmee de hele sector kon overzien worden. De koepel was in de dakcamouflage verwerkt.
De toegangsdeur was gemaakt van gepantserd staal. Ze werd van binnenuit dichtgeschroefd. Afgesproken signalen waren nodig om op een veilige en goed gekozen wijze de deur te openen voor aflossing of bevoorrading.
Bunker op Kwatrecht De schietgaten werden aan de buitenkant verborgen achter blinde ramen, die op hun beurt door klapdeurtjes waren afgedekt. Ze vrij maken duurde nog geen twee minuten. De schietgaten waren vooraan 1 m breed, maar naar binnen toe vernauwden ze trapsgewijs, zodat vijandelijke projectielen niet naar binnen konden ketsen. In de schietgaten geschikt voor een mitrailleur stond een stalen wieg waarop een machinegeweer kon gemonteerd worden.


Binnenin de bunker

Binnenin de bunker was het allesbehalve comfortabel. Er was geen elektriciteit, verlichting of sanitair. Behoeften moesten buiten gedaan worden. Indien nodig, dan werden luiken voorzien om het schijnsel van de lamp voor de vijand te verdoezelen. De binnenruimte was wat groter, zodat de commandant kon overleggen met zijn officieren of met de estafettes die berichten naar het hoger echelon brachten. Er was ook plaats voor een tafel om de situatie- en operatiekaarten over uit te spreiden.

 Bunker op industrieterrein Kwatrecht, aangekocht door het gemeentebestuur

De soldaten die de bunkers bemanden, werden verondersteld constant waar te nemen. De ploegoverste beoordeelde de incidenten in zijn schootssector en gaf de vuurbevelen.

Indien nodig stuurde hij de estafette met een bericht naar de nabije overste. De berichten werden mondeling en meestal vergezeld van een merkschets, doorgegeven.

De enge binnenruimte van de bunker werd vóór de gevechten ingenomen door drie tot zes soldaten, met uitrusting en munitie. Hun opdracht werd nauwkeurig uitgelegd door een gegradueerde die zich baseerde op een voorafgaandelijke terreinstudie. Op een merkschets werden de afstanden en de te treffen vijandelijke doelen aangeduid. De commandant van de eenheid bezat een kopie van elke merkschets, zodat hij kon zorgen voor een goed gecoördineerde vuurleiding.

Bij de constructie van de bunkers had men er zorg voor gedragen dat de schootssector van de machinegeweren nooit frontaal, maar steeds schuin gericht was op de Duitse aanvallers, waardoor die geregeld onder kruisvuur kwamen te liggen. Door deze methode kon de ene bunker bovendien ook bescherming geven aan de andere.
Zolang er geen hevige beschietingen plaatsvonden, werd getracht om een derde van de manschappen te laten rusten, enkele honderden meters achter de frontlijn. Dat rusten gebeurde niet in een comfortabel ingericht bivak, maar gewoon onder de blote hemel, gebruik makend van het deken dat elke militair individueel op zijn rugzak droeg.

Anderen deden de nodige piketdiensten, stonden in voor het verzamelen en verdelen van munitie voor de lichte wapens, granaten en antitankmiddelen of hielden zich bezig met de verzorging en/of evacuatie van gekwetsten, het wegleiden of begeleiden van vluchtende burgers, het graven van stellingen, het afleggen van verkenningstochten, …

Elke acht uur losten de pelotons of compagnieën elkaar af. Uiteraard werd steeds prioriteit gegeven aan de gevechtsoperaties, zodat heel wat soldaten door gebrek aan rust, uitgeput in hun stellingen stonden.

Zelf gegraven stellingen tussen de bunkers

De manschappen die in de bunkers hadden postgevat, moesten tijdens de gevechten de sleutelposities beschermen van de infanteristen die over het terrein verspreid, in zelf gegraven stellingen lagen. Vanuit die stellingen konden zij met twee of drie man en gewapend met machinegeweren, de naderende Duitsers onder vuur nemen en tegenaanvallen lanceren.

De zichtbaarheid vanuit de bunkers liet te wensen over. De lokale burgerlijke overheden hadden destijds verboden om kappingen uit te voeren en de boeren hoefden geen schikkingen te treffen voor de gewassen op de velden. De militairen mochten ook geen lage prikkeldraadversperringen aanleggen of andere noodzakelijke werkzaamheden uitvoeren. De troepen die het bruggenhoofd moesten bezetten op 19 mei, dienden dit veldwerk alsnog te doen en liepen daarbij onverantwoorde risico’s.

Het lot van de bunkers

Toen in 1943 de oorlogskansen keerden metselden de Duitsers de bunkers dicht om te vermijden dat de door de geallieerden massaal gedropte parachutisten er zich zouden in kunnen schuil houden.
Na de oorlog maakte niemand nog aanspraak op de bunkers. Ze waren eigendom van de bouwheer, het Ministerie van landsverdediging.

Om aan alle mogelijke discussies een einde te stellen, werd in 1951 een koninklijk besluit uitgevaardigd waarin de bepalingen over het eigendomsrecht bevestigd werden. Verschillende bunkers zijn moeten wijken voor de aanleg van nieuwe of verbreding van bestaand wegen en nieuwe (industrie)gebouwen…

Het gemeentebestuur van Wetteren kocht enkele jaren geleden de bunker aan die staat aan de rand van het industrieterrein, op de kruising van de Windmolenstraat en Neerhonderd. Op die manier wil het bestuur bij de bevolking en speciaal bij de jeugd de herinnering aan de strijd die op Kwatrecht geleverd is tegen Nazi-Duitsland, levendig houden. Van die bunker zal een beschermd monument gemaakt worden.

Jaarlijks, op een zaterdag rond 20 mei, wordt de Slag om Kwatrecht herdacht. Enkele oud-strijders die de gevechten te Kwatrecht meemaakten en sympathiserende vaderlandslievende groeperingen, tekenen dan present aan het monumentje bij de kerk van Kwatrecht. 

Voor wie meer wil weten
Voor deze tekst werd geput uit verschillende bronnen. Detailinformatie kan u bekomen bij de hieronder vermelde bronnen:


Detailinfo over deze herdenking is te vinden op de website van de vereniging van het korps dat destijds de bunkers van Kwatrecht bemande: www.vijfdelinie.be

Vragen over de bunkers, over de herdenking of over het 5 Linieregiment, kunnen altijd gericht worden aan Hubert Keuppens, tel. 0494-051847 of e-mail: hubertkeuppens@pandora.be

Voor meer informatie over de bunkers kan u terecht op de website: www.bunkergordel.be.